Omdat agro-ecologie niet gedefinieerd wordt door een uniforme set van richtlijnen, is het essentieel om gebruik te maken van gemeenschappelijke referentiekaders. Deze helpen om praktijken te begeleiden, de onderlinge begrip tussen actoren te bevorderen en de behaalde vooruitgang te evalueren. Deze referentiepunten maken het mogelijk om complexe concepten objectief te benaderen en een duidelijke richting te geven aan agro-ecologische transitieprocessen.
We onderscheiden drie grote, complementaire en essentiële families van referentiekaders:
- Agronomische kompassen
- Fytosanitaire indicatoren
- Meetinstrumenten voor voedingsdichtheid
Door deze drie soorten referentiekaders te combineren, wordt het mogelijk om de algehele prestaties van agro-ecologische systemen beter te begrijpen en op een coherente en meetbare manier vooruitgang te boeken.
Agronomische kompassen
Zij bieden een globale visie op het teeltsysteem en helpen bij het analyseren van agronomische beslissingen, zowel op perceelniveau als op bedrijfsniveau. Zij dienen als kader om praktijken te sturen naar meer veerkracht, diversiteit en efficiëntie in het gebruik van hulpbronnen.
Fytosanitaire indicatoren
Zij maken het mogelijk om het gebruik van chemische inputs te kwantificeren, specifiek voor een bepaalde teelt of een bepaald bedrijf. Deze meting wordt vervolgens gebruikt in sommige agronomische kompassen.
De voedingswaarde van voedingsmiddelen
Zij maken het mogelijk om de algemene gezondheid van de plant te evalueren en de variaties in voedingsdichtheid in voedingsmiddelen te analyseren, met name in relatie tot de toegepaste teeltpraktijken.